De liefde voor je kudde

 

Hoe meer ik naar ons brein kijk, hoe duidelijker het wordt. We waren nooit bedoeld om dit leven alleen te doen.

Vroeger leefden we in kuddes.
Niet per se voor de gezelligheid, maar omdat het letterlijk leven of sterven was.
Iedereen had een plek en zijn eigen rol.

Je had de jagers: de dopamine-types die vooruit trokken, risico’s namen, scherp en doelgericht.
De strategen: de acetylcholine-breinen die patronen zagen nog voor er iemand doorhad dat er een plan nodig was.
De GABA-mensen: die rust bewaakten en grenzen hielden, zodat iedereen veilig bleef.
En de serotonine-zielen: die lichtheid, humor en ritme brachten.
Zij die de groep weer deden ademen.

Samen waren we compleet waardoor niemand alles moest kunnen. Als ik nu rondkijk, voelt het alsof die kudde bijna verdwenen is.

We leven in een maatschappij die versnelt, duwt, trekt, vergelijkt… En we proberen het allemaal alleen te dragen en sterk te zijn.
Doorgaan, ook wanneer ons lichaam allang zegt: “Dit is te veel.”

En dan voelen we ons moe, leeg, onrustig, opgebrand. Maar dat is geen persoonlijk falen.

Dat is gewoon onze biologie.
Een oeroud brein in een wereld die te snel draait.
Die innerlijke frictie is eigenlijk een herinnering dat we niet alleen horen te leven.

We horen verbonden te zijn met anderen, met de natuur, met ritme, met rust.

Misschien is dat wel de echte uitnodiging van vandaag:
terugkeren naar je kudde.
Of er eentje bouwen die bij je past.

Liefs Julie

Previous
Previous

Als ik blijf knallen, krijg ik een burn-out. Zei average Rob op vrt nws